Cerac Post-COP30 Reflecties

De VN-klimaatconferentie in Belém eindigde met een mix van urgentie, bezorgdheid en voorzichtige hoop. COP30 liet duidelijk zien dat de wereld het groeiende risico van klimaatverandering beter begrijpt, maar tegelijk diep verdeeld blijft over de manier waarop moet worden gereageerd. De onderhandelingen duurden tot de laatste uren, met meningsverschillen over financiering, het afbouwen van fossiele brandstoffen en het stoppen van ontbossing. Hoewel de resultaten rond mitigatie achterblijven bij wat wetenschappers noodzakelijk achten, kwam adaptatie opvallend sterker naar voren in een verder moeizame onderhandelingscontext.

Adaptatie: een zeldzaam punt van tastbare vooruitgang

Ondanks een fragiele internationale samenwerking kreeg adaptatie dit jaar meer politieke aandacht. Het Belém-pakket bevat verschillende belangrijke elementen:

  • De afspraak om de adaptatiefinanciering tegen 2035 te verdrievoudigen, als opvolger van het in 2021 in Glasgow overeengekomen doel;
  • De goedkeuring van een vrijwillige lijst van 59 indicatoren om de voortgang onder het Global Goal on Adaptation (GGA) te monitoren;
  • De afronding van de Baku Adaptation Roadmap voor de periode 2026–2028, voorafgaand aan de volgende Global Stocktake;
  • Een besluit over de evaluatie van Nationale Adaptatieplannen (NAP), waarbij zowel geboekte vooruitgang als aanhoudende uitdagingen in ontwikkelingslanden worden erkend;
  • De lancering van het Belém Health Action Plan om de weerbaarheid van de gezondheidssector te versterken, ondersteund door een eerste investering van 300 miljoen USD.

Deze stappen tonen aan dat adaptatie steeds duidelijker deel uitmaakt van de kern van de mondiale klimaatrespons, omdat de gevolgen van klimaatverandering sneller toenemen dan de mitigatie-inspanningen.

Maar ook duidelijke knelpunten

Tegelijkertijd worden belangrijke tekortkomingen zichtbaar. Het besluit om adaptatiefinanciering te verdrievoudigen is symbolisch relevant, maar de verschuiving van 2030 naar 2035 en het ontbreken van een duidelijke basislijn maken het doel minder concreet en moeilijker te meten. Dit kan de kloof tussen noden en beschikbare middelen verder vergroten, net nu klimaateffecten sterker voelbaar worden.

De indicatoren voor adaptatie raakten bovendien verweven met bredere discussies over financiering. De uiteindelijke set omvat weliswaar essentiële elementen, maar het late proces van aanpassingen leidde tot onzekerheid en verminderde het draagvlak voor een technisch instrument waaraan twee jaar is gewerkt. Ook de verdere stappen blijven vaag, met mogelijke wijzigingen tot 2027, wat de voorbereiding op de volgende Global Stocktake bemoeilijkt.

De implicaties voor België — en waarom betrokkenheid noodzakelijk is

Adaptatie is een mondiale verantwoordelijkheid, maar de rapportage en aanpak verschillen sterk tussen landen. Hierdoor ontstaat fragmentatie en inconsistentie, zeker omdat ontwikkelingslanden gebruikmaken van VN-formaten zoals de NAP, terwijl ontwikkelde landen hun eigen methodes hanteren.

Daarnaast leeft nog steeds de indruk dat adaptatie vooral een thema is voor ontwikkelingslanden. Hoewel dit historisch deels verklaarbaar is, strookt het niet langer met de realiteit. Ook België ondervindt vandaag al duidelijke klimaatgevaren. De Belgian Climate Risk Assessment (BCRA) wijst op toenemende hittegolven en hittestress, terugkerende droogte en waterschaarste, en een groeiend risico op overstromingen en extreme neerslag. Deze bedreigen gezondheid, landbouw, infrastructuur en economische stabiliteit.

“Adaptatie mag geen bijzaak blijven in internationale discussies. Onze eigen veiligheid en welvaart hangen af van tijdige en doelgerichte actie — in België en wereldwijd.”
Luc Bas, Directeur van Cerac

Daarnaast is België via handel, energie, financiën en toeleveringsketens nauw verbonden met regio’s die al zwaar getroffen worden door klimaatschokken. Hierdoor leiden wereldwijde ontwrichtingen steeds vaker tot binnenlandse effecten, zoals prijsstijgingen, leveringsproblemen en geopolitieke spanningen.

Het verzwakken van multilaterale samenwerking vormt daarom een concreet risico voor onze samenleving en economie. Voor Cerac leidt dit tot twee kernpunten:

  • België moet zijn binnenlandse adaptatiebeleid verder versterken, met duidelijke plannen en systematische monitoring, geïnspireerd door het nieuwe internationale indicatorenkader.
  • Ons land moet blijven pleiten voor effectieve internationale samenwerking, met voorspelbare financiering voor ontwikkelingslanden, technische ondersteuning en transparante rapportage.

Een moment om vooruit te kijken

Het is duidelijk dat COP30 niet het ambitieniveau opleverde dat nodig is om de mondiale klimaatuitdaging aan te gaan. Toch tonen de resultaten aan dat vooruitgang mogelijk blijft, zelfs in een complex geopolitiek klimaat. Adaptatie staat nu steviger op de internationale agenda, maar tegelijk wordt de noodzaak van verder en sneller handelen steeds duidelijker.

Voor België geldt dat nationale en mondiale veerkracht onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Alleen via samenwerking, consistent beleid en bereidheid om voorbij politieke verdeeldheid te kijken, kunnen we tijdig en doeltreffend reageren op de risico’s die zich al beginnen te manifesteren.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Meld je aan en ontvang als eerste het laatste nieuws van CERAC. Wil je niets missen? Voer hieronder je e-mailadres in en klik op abonneren!