Met het First Risk Assessment (FRA) brengt Cerac (Climate Risk Assessment Center) 23 als belangrijk geachte klimaatrisico’s en 5 risico’s in beeld die gelieerd zijn aan het verlies van biodiversiteit. Door deze risico’s in kaart te brengen, zien we nog beter waar de schaarse middelen het best eerst naartoe gaan. Van sommige projecten zijn de voordelen zo duidelijk dat langer dralen om kostbare natuur te beschermen bijna schuldig verzuim zou zijn.
We hadden een gesprek over het project, de aankoop van het domein Muysenhuys, met Nils Iwens, coördinator van de gebiedsgerichte werking Natuurpark Rivierenland en Lander Wantens, celhoofd projecten bij Natuurpunt.
Waarom is dit project zo belangrijk?
We stellen vast dat er een zorgwekkend verlies van 25% van de planten- en diersoorten is, voornamelijk door veranderingen in landgebruik. De laatste zestig jaar hebben we 75% van onze natte natuur/klimaatbuffers verloren door veranderingen in landgebruik en wordt de ruimte maar voor 0,5% ingenomen door natte natuur, wat leidt tot een verlies aan ecosysteemdiensten en biodiversiteit, en meer rampen zoals de overstromingen van de Vesder. Het project benadrukt de noodzaak van robuuste, grote natuurgebieden in plaats van 'postzegelnatuur', en ruimte voor water.
Wat is het ontstaan van het project Wetlands4Cities in de buurt van Mechelen?
In 2019 vonden Natuurpunt, stad Mechelen en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) elkaar in de overtuiging dat samenwerking tot meer kracht leidt. Dit resulteerde in een gebiedsgerichte werking die zich richt op Nature-based solutions. Zo ontstond de gebiedscoalitie Natuurpark Rivierenland én ging in 2022 het Europese LIFE-project Wetlands4Cities van start, dat 7,6 miljoen euro vrijmaakt voor het herstellen van de klimaatbuffers.
Waarom is de aankoop van domein Muysenhuys in 2024 dan zo belangrijk?
Doordat 90% van de natuurgebieden in Vlaanderen slechts 1 hectare groot is (postzegelnatuur) en terreinen pas kunnen vernat worden als hun oppervlaktes robuust genoeg zijn, moeten we eerst inzetten op verwerving van ontbrekende landschappelijke puzzelstukken. Eind 2024 vond zo de historische verwerving van 17,5 hectare plaats van Domein Muysenhuys die de natuurparels Mechels broek en Mispeldonk verbindt. Stad Mechelen kocht de gebouwen en het kasteelpark, samen 3,5 hectare. Natuurpunt kocht de overige 14 hectare aan gronden. De geschatte restfinanciering die nog gezocht moet worden voor de aankoop bedraagt €350 000. Het is echt een missing link!
Zijn er bewezen voordelen van deze natte gebieden?
Klimaatbuffers zijn gebieden waar natuurlijke processen de ruimte krijgen. Hierdoor groeien ze mee met klimaatverandering en vervullen een rol bij het vasthouden en opvangen van water, het voorkomen van watertekorten, het temperen van hitte en verminderen van koolstofdioxide in de atmosfeer.
Er is een voortdurende samenwerking met de academische wereld om deze voordelen in kaart te brengen. Zo bracht het project Curieuzeneuzen, waarbij er sensoren in de tuinen van 300 Mechelaars werden geplaatst, de temperatuur, het bodemvocht en de wateropvang in beeld. Ook in het natte natuurgebied staan er sensoren. Hiermee wordt niet enkel het verkoelende effect van groen ( 4 tot 8 graden !) aangetoond, maar het wil ook burgers aanzetten tot gedragsverandering en het creëren van extra groen via een ‘live dashboard’. En dat is slechts een van de voordelen van natte natuur/klimaatbuffers.
Wat is het uiteindelijke doel van het wetlandplan Rivierenland?
Natuurpunt bracht een wetlandplan uit dat het natuurherstelpotentieel voor gans Vlaanderen in kaart bracht voor terreinen die het in beheer heeft. Natuurpark Rivierenland is van de 18 projectgebieden het gebied met het grootste potentieel. Daar kunnen we 345 hectare natte natuur gaan herstellen. Zo willen we onze gemeenten beschermen tegen potentiële waterbommen en langdurige droogtes.
Wat zijn de uitdagingen voor het project?
Een van de uitdagingen, is de financiering. Omdat het geen nationaal park is, krijgt het minder steun van provincies en partners, en wordt er nog apart gezocht naar extra middelen. Er is een perceptie van 'concurrentie' met andere projecten, wat uiteraard onzinnig is.
Heel wat projecten tonen aan dat investeringen in extra natuur ook een economische return heeft. Dat blijft uit analyse van de WWF-Life projecten en studies van het VITO en de Universiteit van Antwerpen bijvoorbeeld. Deze argumenten lijken echter geen investeerders te overtuigen.
Hoe zet je het project dan wel meer op de kaart?
Er is een sterke behoefte aan gedurfdere communicatie en 'communicatie-inflatie'. Het project moet zichzelf 'verkopen' en zich richten op bedrijven (vooral tech en voedingsbedrijven) met klimaat- en waterdoelen, terwijl de grens met greenwashing bewaakt moet worden. De gebiedsgerichte coalitie moet worden voortgezet om de doelen van natuurherstel te bereiken. In het huidige tijdsgewricht wordt de aandacht vaak meer afgeleid naar andere veiligheidsproblemen, terwijl vergeten wordt dat niet-handelen rampzalig kan zijn bij de klimaatverstoring.